Hoe kan je een wederkerend voornaamwoord nog meer gebruiken?
Het wederkerend voornaamwoord kan je natuurlijk gebruiken bij een wederkerend werkwoord, maar het kan ook in combinatie met een voorzetsel voorkomen. Denk daarbij aan zinnen als:
- Zij heeft een tas bij zich.
- De verbouwing brengt veel kosten met zich mee.
- De overvallers schudden de politie van zich af.
- De vader verzamelde zijn gezin om zich heen.
Vaak kan je in deze zinnen ook een persoonlijk voornaamwoord gebruiken: Zij heeft een tas bij haar, De vader verzamelde zijn gezin om hem heen.
Verwijzing
Bij wederkerende werkwoorden verwijst het wederkerend voornaamwoord altijd naar het onderwerp van de zin, maar in combinatie met een voorzetsel zijn de mogelijkheden wat breder. In sommige zinnen heb je zowel een ‘echt’ onderwerp (ook wel ‘getalsonderwerp’ genoemd), als een ‘geïmpliceerd onderwerp’. Dat onderwerp hoort bij een infinitief of beknopte bijzin. In de ANS staat als voorbeeldzin: Jan zag de agent op zich afkomen. Het geïmpliceerde onderwerp bij afkomen is de agent, maar op zich verwijst naar het getalsonderwerp Jan. Als je hier een volledige bijzin gebruikt, kan zich niet. Je moet dan een voornaamwoord gebruiken.
- Jan zag dat de agent op zich afkwam. (niet juist)
- Jan zag de agent op hem afkwam. (wel juist)
Het wederkerend voornaamwoord kan in deze constructie ook naar andere zinsdelen dan het onderwerp verwijzen, bijvoorbeeld naar een lijdend voorwerp.
- We kunnen Anna niet tegen zichzelf beschermen.
Anna is hier het lijdend voorwerp, waar tegen zichzelf naar verwijst.
In sommige gevallen kan een zin dubbelzinnig zijn. Denk bijvoorbeeld aan Zij geeft Kim een boek van zichzelf. Zichzelf kan hier zowel naar Zij als naar Kim verwijzen.
Zich of zichzelf?
In deze constructie kan je bijna altijd ook de zelf-vorm gebruiken, die wat nadrukkelijker is. Ook achter het persoonlijk voornaamwoord kan je vaak zelf toevoegen.
- Jan zag de agent op zichzelf afkomen.
- We vinden die auto te groot voor ons/onszelf.
- Hij vond die film voor zichzelf / hemzelf ongeschikt.
Plek in de zin
De combinatie van een voorzetsel en een wederkerend voornaamwoord staat redelijk aan het eind van de zin, vlak voor het tweede werkwoord. Het gaat vrij vaak om plaatsbepalingen, die ook meestal redelijk aan het eind van de zin staan. Dat is dus heel anders dan in combinatie met wederkerende werkwoorden.
Op zoek naar werkvormen?
In de e-learning Grammatica voor NT2-docenten staat de informatie van deze website gegroepeerd op onderwerp. Bovendien staan bij elk onderwerp een of meer werkvormen uitgelegd – vaak met concrete oefeningen die je zó kunt overnemen.