Tag: C1
Druk en bezig
Het verschil tussen 'druk' en 'bezig' is voor cursisten niet altijd duidelijk. 'Bezig' zegt vooral iets over het spreekmoment en 'druk' is meestal een langer ...
Lees meer →
In de straat zijn (er) veel mensen
In sommige zinnen kan je 'er' weglaten, waar je het misschien wel zou verwachten. Hoe zit dat precies?
Lees meer →
Voltooide tijd voor de toekomst
In sommige gevallen kan je een voltooide tijd gebruiken in een zin die over de toekomst gaat. In deze lestip leer je wanneer dat zo ...
Lees meer →
‘Er’ als vooruitwijzer
'Er' verwijst vaak terug naar iets wat bekend is, maar het kan ook vooruitwijzen naar een bijzin die nog moet volgen.
Lees meer →
Het gaat sneeuwen morgen
Een tijdsbepaling kan aan het eind van de zin staan als hij niet zo belangrijk is voor de betekenis van de zin.
Lees meer →
Over gaat het niet
In de zin 'over gaat het niet', staat het prefix 'over' niet aan het eind van zin. Toch is het een goede zin. Hoe zit ...
Lees meer →
Fietsend ging ze naar haar werk
In 'Fietsend ging ze naar haar werk', is 'fietsend' een beknopte bijzin. Maar wat is dat eigenlijk?
Lees meer →
Ik pas die blouse?
Wat is goed? 'Ik pas die blouse' of 'Die blouse past mij'? En welke constructie is dit eigenlijk?
Lees meer →
Nederland en zijn/haar inwoners?
'Nederland en zijn inwoners' is juist, want 'Nederland' is een onzijdig woord. Maar hoe weet je dat? En hoe zit het met bedrijfsnamen?
Lees meer →
Peerfeedback: nuttig of niet?
Peerfeedback kan heel veel opleveren, maar je moet het wel goed begeleiden. Geef duidelijke richtlijnen.
Lees meer →









