Tag: er
Het/er mag niet gerookt worden
Wanneer gebruik je het of er als onderwerp van de zin? De woorden het en er kunnen allebei (voorlopig) onderwerp van een zin zijn, in ...
Lees meer →
Ik ben ermee bezig / er bezig mee?
Waarom is 'Ik ben er bezig' mee niet juist en 'Zij is er trots op'? De plaats van het voorzetsel bij deze woorden is niet ...
Lees meer →
‘Er’, ‘hier’ of ‘daar’?
Locatief en prepositioneel 'er' kun je vaak vervangen door 'hier' of 'daar'. Die varianten geven meer nadruk.
Lees meer →
Combineren en samenvallen van ‘er’
De verschillende vormen van 'er' kun je met elkaar combineren of ze kunnen samenvallen, waardoor het meerdere functies tegelijk heeft.
Lees meer →
Kwantitatief ‘er’
Kwantitatief 'er' verwijst naar een zelfstandig naamwoord en wordt gecombineerd met een hoeveelheidsaanduiding, een telwoord bijvoorbeeld.
Lees meer →
Prepositioneel ‘er’
Prepositioneel 'er' staat altijd samen met een voorzetsel in de zin. Het vervangt een zelfstandig naamwoord dat eerder genoemd is.
Lees meer →
Locatief ‘er’
Locatief er verwijst altijd naar een plaats die eerder in de context is genoemd, of die duidelijk is uit de context.
Lees meer →
Presentatief ‘er’
Presentatief er komt veel voor in zinnen met een onbepaald onderwerp, dat verderop in de zin staat, zoals 'Er is nog melk'
Lees meer →







